Navigation


Werking servo

 

Een servo is een apparaat welke een elektronische signaal omzet in een mechanische beweging. Een servo wil men zo klein mogelijk ontwerpen. Door toepassing van SMD techniek in de elektronica is dit goed mogelijk. Dit betekent dat er zeer kleine elektronica onderdelen worden toegepast. De wat oudere servo's zijn meestal groter en hierin worden meestal standaard onderdelen gebruikt. De weerstand van de potmeter wordt lager en als de beide pulsen weer even breed zijn stopt de motor weer. Op deze manier kunnen we de servo elke gewenste stand laten aannemen. Vrijwel de gehele schakeling zit in de voor servo's ontwikkelde IC's. Er zijn maar enkele onderdelen nodig om de werking aan te passen aan onze toepassingen. Deze IC's worden ook veel in industriële servo's gebruikt wat betekent dat er een hele grote markt voor is waardoor servo's nu vrij goedkoop zijn. De toegepaste elektronica zorgt er in principe voor dat het elektronische signaal van de ontvanger wordt omgezet in een hoekverdraaiing.



De puls afkomstig van de ontvanger komt binnen en gaat direct naar de ingang (IN A) van de pulsvergelijker. Op de andere ingang staat een puls welke afkomstig is van de pulsgenerator. De breedte van die puls is afhankelijk van de stand van de potmeter. Een potmeter is een verstelbare weerstand waarvan de waarde hoger en lager wordt als we hem links of rechtsom draaien. Deze potmeter geeft de actuele stand van de servo aan. De uitgang van de pulsgenerator zit aan de tweede ingang (IN B) van de pulsvergelijker. Als beide pulsen even lang duren komt er niets uit de pulsvergelijker en staat de servo stil.



Wordt de puls van de zender op ingang A nu breder, doordat we de stuurknuppel bewegen, dan zal op uitgang A > B (A groter dan B) een signaal komen dat de elektronische schakelaars zodanig zet dat de motor b.v. linksom gaat draaien. De motor drijft een stel tandwielen aan die het hefboompje op de servo in beweging brengen en ook de potmeter die op dezelfde as zit.



Stel dat de waarde in dit geval hoger wordt dan zal de breedte van de puls die de pulsgenerator opwekt ook breder gaan worden. Dit blijft doorgaan totdat de pulsen weer even breed zijn, op dat moment gaan de elektronische schakelaars weer uit, de motor stopt en de servo staat in een nieuwe (andere) stand. Wordt de puls weer smaller dan zal uitgang A < B (A kleiner dan B) de elektronische schakelaars de andere kant op zetten en de motor draait rechtsom.



Terug naar vorige pagina